Centraal-Afrikaanse Republiek - 03 februari 2014

'Aanblik vluchtelingenkamp CAR onwerkelijk'

Centraal-Afrikaanse Republiek – “Het eerste wat ik zie als ik aankom in Bangui is het enorme vluchtelingenkamp naast het vliegveld. Tot nu toe had ik daar enkel foto’s van gezien. De aanblik is onwerkelijk. Mensen in aftandse kleding staan naast soldaten die behangen zijn met wapens die ik alleen uit films ken”, vertelt een Open Doors-medewerker, die op dit moment in de Centraal-Afrikaanse Republiek is. Hij doet verslag.

“Op de dag voordat ik vertrek, lees ik in mijn bijbel Psalm 139: 7-10: ‘Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen, hoe aan uw blikken ontkomen? Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan, lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar. Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad, al ging ik wonen voorbij de verste zee, ook daar zou uw hand mij leiden, zou uw rechterhand mij vasthouden.’

Een Bijbelgedeelte dat ik goed ken. Ik heb het al veel vaker gelezen. Maar op dat moment, terwijl ik op het punt sta naar een gebied te trekken waar wordt gevochten, raken deze woorden me diep. Terwijl ik de vele verslagen lees over het aanhoudende geweld en de onbezonnen moordpartijen in de Centraal-Afrikaanse Republiek, zijn deze woorden uit de Bijbel bemoedigend voor me. Ik kan in het vliegtuig stappen in de wetenschap dat God bij me is.

Net voor mijn vertrek ontvang ik het bericht van een aanslag op een kerk, waar op het terrein van de kerk veel vluchtelingen worden opgevangen. Het is de kerk van een voorganger die ik goed ken. Hij is ongedeerd, maar vier vluchtelingen moesten in allerijl naar het ziekenhuis worden gebracht.

Ik had mijn wekker om 4.00 uur gezet, maar werd een uur daarvoor al wakker, na te weinig slaap. Om 5.00 uur sta ik in de rij met een paar soldaten van de Afrikaanse Unie en medewerkers van een hulporganisatie in de rij om aan boord te gaan van een vliegtuigje dat ons van Kameroen naar de Centraal-Afrikaanse Republiek zal brengen.

En dan landen we in Bangui. Hier nu te zijn, in een situatie als deze, doet me beseffen: dit is waar het bij Open Doors om draait. Christenen bemoedigen die lijden, horen hoe we hen kunnen helpen en in gesprek gaan met kerkleiders over welke stappen we kunnen zetten.

Het eerste wat ik zie als ik aankom in Bangui is het enorme vluchtelingenkamp naast het vliegveld. Tot nu toe had ik daar enkel foto’s van gezien. De aanblik is onwerkelijk. Mensen in aftandse kleding staan naast soldaten die behangen zijn met wapens die ik alleen uit films ken.

De taxichauffeur die ons naar ons pension brengt is iets te ijverig in zijn pogingen gaten in de weg te ontwijken. Hij kan net voorkomen dat we inrijden op een Frans legervoertuig. Het is spitsuur, maar de straten zijn leeg. We passeren een paar wegblokkades waar Franse soldaten staan. Mijn lokale collega wijst me aan dat sommige delen van de stad compleet verlaten zijn. Mensen vrezen aanvallen.

Terwijl we die dag verschillende overleggen hebben, klinkt op de achtergrond het geluid van geweervuur. Telkens ebt het geluid weer weg en, zo lijkt het,  gaat het leven weer gewoon door.

Het is 21.00 uur als ik dit bericht schrijf. De elektriciteit is uitgevallen en ik besluit dat het tijd is om naar bed te gaan. Ik dank God voor Zijn bescherming, trouw en bemoediging. Morgen wordt opnieuw een dag waarin ik me afhankelijk weet van Gods hulp als we zoeken naar mogelijkheden om mensen hier te helpen die zo zwaar te lijden hebben.”

volgende impressie

Gerelateerde nieuwsberichten