‘Deze beker vertelt mij: ‘Wees niet bang’’

Hoe een verbrande avondmaalsbeker uit Irak ons laat zien dat de kerk nog springlevend is

“Laat deze beker alsjeblieft overal zien en vertel ons verhaal, zodat kerken in het Westen zich vereenzelvigen met het Lichaam van Christus in het Midden-Oosten.” Met die woorden drukte pastor Thabet in 2016 een zwartgeblakerde avondmaalsbeker in de handen van een Open Doors-contactpersoon.

Het is niet zomaar een avondmaalsbeker. Voor pastor Thabet en de gemeenteleden in Karamles, Irak, is deze beker heel bijzonder. En dat heeft alles te maken met het kruis dat op deze beker staat. Het is een van de weinige kruizen die het geweld van terreurbeweging IS overleefde. Toen IS in 2014 het dorp binnenviel, probeerden de strijders alle christelijke symbolen te vernielen. Bijna alle kruizen en religieuze voorwerpen in Karamles gingen kapot.

Zwartgeblakerd maar prachtig
Ruim twee jaar later, toen IS verdreven was, keerden de christenen weer terug naar hun dorp. Wat ze zagen waren geplunderde en uitgebrande huizen. Ook de kerk was van binnen kapot gemaakt. Op de vloer van de kerk lag de avondmaalsbeker. Een symbool van hoop, liefde, dood en pijn.

Een Open Doors-contact kreeg de beker mee naar huis, met daarbij de oproep om het verhaal van de kerk in het Midden-Oosten verder te vertellen. In Nederland maakte schilder Henk Helmantel een stilleven van deze beker. Het schilderij met brood en de avondmaalsbeker symboliseert dat christenen samen één lichaam zijn.

Medewerkers van Open Doors brachten onlangs een bezoek aan pastor Thabet. Samen blikten ze terug op de grote rol die de beker in het leven van de priester speelt.

“Zoals je weet, gebruiken we de beker bij het avondmaal tijdens de mis”, vertelt hij. “Onze Heer werd gemarteld, in elkaar geslagen en gekruisigd. De beker staat symbool voor liefde, kruisiging en pijn. Het drukt de pijn van onze Here Jezus uit, maar ook onze pijn.”

Blijdschap overheerst
“Toen we terugkeerden (naar Karamles), gingen we direct naar de kerk om te kijken wat er gebeurd was”, herinnert hij zich. “We zagen dat het gebouw in brand had gestaan. Later maakten we plannen om schoon te maken en het puin op te ruimen. Mijn kerk was afgebrand, maar toch voelde ik me er thuis. Dat was het allerbelangrijkste. Maar er was ook pijn. Veel voorwerpen waren vernield, ook de voorwerpen die ik gebruikte. Alles was verbrand. Toch ben ik ondanks alles heel blij, want ik ben weer thuis.”

Verleden en toekomst
“De avondmaalsbeker verbindt ons verleden aan de toekomst. Zo zie ik de verbrande voorwerpen voor me die ik aantrof toen ik terugkeerde. Ze vormen de bouwstenen van mijn verhaal. Ik zie de beker als een startsein om opnieuw te beginnen, maar het is ook een herinnering aan het verleden.”

Lessen uit een beker
“De beker laat aan de ene kant zien hoe we vervolgd zijn, maar laat aan de andere kant ook zien hoe we standvastig zijn gebleven in geloof. De vervolgers worden zichtbaar, maar ook de Here Jezus die alles overwint. De beker vertelt me: ‘Wees niet bang’. We mogen dan wel vervolgd zijn, maar de Here Jezus staat boven alles. De beker is niet zomaar een verbrand metalen voorwerp, maar ik zie er mijn identiteit als christen in terug. Blijf voor ons bidden, dat we niet bang zijn om christen te zijn in een land met vervolging.”