‘De oorlog is nooit ver weg’

Syrisch echtpaar bouwt bruggen tussen Nederlanders en Syriërs

“Ik voel me schuldig als ik hier sta te barbecueën, want mijn eigen mensen in Syrië lijden honger. Ik ben hier niet gekomen om van het leven te genieten, maar om bruggen te bouwen.” De Syrische voorganger Walid en zijn vrouw Afaf vluchtten in 2015 naar Nederland. Ze wonen met hun twee dochters Grace en Joy in Leusden. Walid is voorganger in de internationale kerk ICF-Oase in Amersfoort. “Maar de oorlog is nooit ver weg.”

“Natuurlijk ben ik blij met de veiligheid in Nederland. Maar genieten, dat is moeilijk. Want ik weet dat mijn familie honger lijdt. De oorlog in Syrië is op een dieptepunt. Mijn twee jaar oudere broer is wiskundedocent op de middelbare school in Syrië. Hij werkt zes dagen per week. Per maand verdient hij dertig euro. We hadden vorige week nog contact met elkaar. Er waren tranen toen hij me vertelde dat hij zijn eigen kinderen niet eens genoeg te eten kon geven. Ze lijden letterlijk honger. De situatie is echt verschrikkelijk. Het land zit op helemaal op slot. In heel Syrië hebben mensen te weinig eten. Door de inflatie is het geld niks meer waard. Mensen zijn wanhopig.

Dagelijkse oorlog

Vroeger zette Syrië zijn deuren zelf open voor vluchtelingen, uit Irak, uit Israël en de Palestijnse gebieden, uit Armenië. Maar nu is ons volk zelf op de vlucht. Elke maand wordt de situatie moeilijker. We bidden elke dag. Maar wij zien het ook als een kans. Persoonlijk zien we heel duidelijk de hand van God in ons leven. Hij heeft ons hier in Nederland gebracht.

Mijn familie komt uit Damascus. Ik ben van de tweede generatie die christen is geworden. In Nederland zien wij onszelf als bruggenbouwers tussen Syriërs en Nederlanders. Wat ons verbindt als christen uit het Midden-Oosten met de Nederlanders, is de Bijbel. Het woord van God is onze gezamenlijke basis. De Bijbel is mijn gereedschap. De Heilige Geest hier is Dezelfde als in het Midden-Oosten. Het is ons in sommige Nederlandse kerken opgevallen dat je heel vaak een mooi sociaal verhaal hoort. Maar waar is de Bijbelstudie? In Syrië waren we gewend om daar meer het accent op te leggen in onze diensten.

Wij hebben ook veel zegen ontvangen hier. Toen we in het asielzoekerscentrum zaten, was er een man die ons elke zondag ophaalde om naar zijn kerk te gaan. Hij heeft nooit een woord over de Here Jezus gesproken met ons. Toch ervoeren wij door hem de hand van God in ons leven.

Geestelijk voedsel

De oorlog heeft ons gevormd. Dan merk je dat de Here God de Enige is die je overhoudt. Al het andere is niet belangrijk meer. Als je ’s ochtends de deur uitgaat, weet je niet of je ’s avonds je eigen kinderen nog levend terugziet. Je beseft dat iedere dag je laatste kan zijn. De dood is overal.

Door de oorlog zijn onze kerken in Damascus en Homs erg veranderd. Opeens kwamen er veel moslims naar onze kerk om iets te krijgen. Ze kwamen eerst voor de voedselpakketten. Maar na verloop van tijd zeiden ze: ‘We komen niet meer voor de pakketten, maar voor Jezus zelf’. De kerk is enorm gegroeid nadat ze haar deuren had opengezet. De kerk is naar de mensen gegaan en heeft gevraagd: wat heb je nodig? Wat is je belangrijkste nood? Toen we ons daarop gingen richten, zijn we gaan groeien. In de oorlog besef je dat je alleen maar God nodig hebt.

Evangelisatie doe je soms met een Bijbel in de hand en soms met een brood in de hand. Ik heb in mijn hele leven de kerk nog niet zo vol gezien als tijdens de oorlog. Als de kerk meer durft, dan gaat ze groeien. Ik denk dat de Nederlandse kerk van ons kan leren.’’